homeeventshowtoriderstrickstechnicshistorymultimedialinks

Wat theorie vooraf

Voor mensen die wat minder goed ingevoerd zijn in de theorie van de fotografie zullen we een paar begrippen proberen te verklaren, waardoor het navolgende verhaal wat begrijpelijker zal worden. De beeldsensor (het onderdeel van de camera wat het licht omzet in pixels) heeft een bepaalde hoeveelheid licht nodig om een foto te maken.

Die hoeveelheid is voor elke foto exact gelijk!

Omdat het niet altijd even licht is moeten we de hoeveelheid kunnen doseren. De dosering van het licht gebeurt op twee manieren:
Image:camera.jpg

  • Iedere camera beschikt over een z.g.n. sluiter. De sluiter zorgt er voor dat er gedurende een korte periode licht vanuit de lens op de beeldsensor kan vallen. Hoe meer licht er door de lens komt, des te korter zal de sluiter open moeten gaan om onze benodigde lichthoeveelheid op de sensor te krijgen. We noemen deze sluitertijd ook wel belichtingstijd.\
  • Iedere lens laat een maximale hoeveelheid licht door, die bepaald wordt door het ontwerp. We noemen dat de lichtsterkte en die lichtsterkte wordt uitgedrukt in een zogenaamde diafragmawaarde, ook wel aangeduid met de hoofdletter F. Wat wij over het algemeen een lens noemen, bestaat in de praktijk uit een samenstelling van een aantal lenzen (afbeelding rechts). Meerdere lenzen samen geven een betere kwaliteit en zo'n lens noemen we in vaktaal een objectief. Grofweg kun je stellen dat, hoe groter het kleinste lensje van een objectief is, hoe meer licht er door heen zal komen. Maar er zijn verschillende goede redenen om in die hoeveelheid licht te willen sturen.
Image:lens-xenotar.gif
  • Soms willen we minder licht door een objectief laten komen. Daarom is ieder objectief uitgerust met een mechanisme wat het licht gedeeltelijk tegen kan houden, het zogenaamde diafragma. Het diafragma is instelbaar in stapjes. Zo'n stap noemen we ook wel een diafragmastop, of kortweg een stop. Hoe kleiner het diafragmagetal, hoe minder licht er wordt tegen gehouden. Staat het diafragma helemaal open, dan spreken we vaak over 'volle opening'. Dan hebben we dus de maximale lichtsterkte van de lens zelf, die ook vrijwel altijd op de lens staat aangegeven als 1:x. De meeste zoomlenzen hebben een variabele lichtsterkte. Dat wil zeggen, hoe meer we inzoomen, hoe minder lichtsterk het objectief wordt. Ook dit zie je aangegeven op de lens. Er staat dan b.v. 1:3,5-5,6. Dat zijn de lichtsterktes van de twee uiterste standen.

Met de combinatie van de sluitertijd en het diafragma kunnen we dus eindeloos varieren (mits er voldoende licht voorhanden is) en toch zorgen dat de benodigde lichthoeveelheid op de sensor terecht komt. Maar stellen we de combinatie verkeerd in en komt er te veel licht op de sensor (we noemen dit overbelichting) dan worden de lichte partijen allemaal wit, komt er te weinig licht binnen (we noemen dit onderbelichting), dan worden de donkere partijen allemaal zwart. Gelukkig heeft de camera een lichtmeter, die zorgt voor de juiste verhouding, maar ook dit gaat wel eens mis en dan moeten we zelf een handje helpen. Hoe je dat kunt doen vind je onder 'Lichtmeting'.

Het mooie van digitale camera's is dat we met een eenvoudige ingreep de lichtgevoeligheid van de beeldsensor kunnen verhogen. De camera zal in dat geval het signaal van de pixels meer gaan versterken. Dat betekent dus dat we minder licht nodig hebben om een foto te maken, waardoor we bijvoorbeeld een kortere sluitertijd kunnen krijgen. En dat komt in ons geval heel goed van pas. Meer hierover vind je onder 'Lichtgevoeligheid ISO'.

Alle vaktermen in dit artikel zijn zo veel mogelijk voorzien van een link naar Wikipedia, waar je meer info vindt over deze begrippen.

Stuntrijden.com is een initiatief van www.DutchStuntForum.nl [login]